Een nevengeul rond stuw Grave
Rijkswaterstaat heeft een plan uitgewerkt voor een nevengeul aan de Gelderse kant rond stuw Grave, genaamd Geul Coehoorn. Dat gebeurt met ondersteuning van ingenieursbureau Haskoning. De projectnaam verwijst naar het aanwezige historische Kroonwerk Coehoorn op deze plek langs de Maas.
Impressie van de geplande nevengeul om stuw- en sluiscomplex Grave heen. ©Rijkswaterstaat/Johan de Putter
De geul moet gaan dienen als leefgebied voor waterplanten en -dieren die afhankelijk zijn van rustig stromend water. Omdat dit type geul zowel aan bovenstroomse kant van de stuw als benedenstrooms daarvan wordt aangetakt aan de rivier, noemen we dit een stuwpasserende nevengeul.
De plannen hebben alles te maken met het verbeteren van de ecologische waterkwaliteit van de Maas vanuit de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW).
Het maatregelgebied
De geul komt aan de noordzijde van het stuw- en sluiscomplex, tussen Overasselt en Nederasselt in de gemeente Heumen. Het maatregelgebied is 3,3 kilometer lang en loopt langs de Maas van de westkant van Overasselt tot het einde van de sluis net voorbij Nederasselt, onder de Maxwell Taylorbrug door. De plek van het Kroonwerk Coehoorn valt buiten het maatregelgebied. Zie onderstaand kaartje.

Ontwerp-Projectbesluit ter inzage: reageren nu mogelijk
Wat er precies gaat gebeuren bij Geul Coehoorn staat beschreven in het Ontwerp-Projectbesluit. Dit is gepubliceerd in de Staatscourant en ligt nu ter inzage. Iedereen die dat wil kan de stukken inzien en daarop een reactie indienen (zienswijze genoemd). Dit kan nog tot en met dinsdag 23 december 2025.
Waar vindt u het plan?
Het Ontwerp-Projectbesluit is, samen met de bijbehorende stukken, te vinden op www.platformparticipatie.nl/geulcoehoorn. Daar vindt u ook een samenvatting en uitleg over de procedure.
Op papier is het plan in diezelfde periode te bekijken op deze twee locaties:
- Kantoor Rijkswaterstaat in Den Bosch, Magistratenlaan 82, 5223 MD Den Bosch, telefoonnummer 088 - 797 48 80.
- Gemeentehuis gemeente Heumen, Kerkplein 6, 6581AC Malden, telefoonnummer 024-35 88 300.
U kunt daarvoor het beste eerst telefonisch een afspraak met de locatie maken via het genoemde telefoonnummer.
Indienen zienswijze
Een zienswijze indienen kan tot en met 23 december 2025 en op deze drie manieren:
- Digitaal: bij voorkeur ontvangen wij uw zienswijze via www.platformparticipatie.nl/geulcoehoorn.
- Mondeling: voor het indienen van een mondelinge zienswijze kunt u tijdens kantooruren een afspraak maken via het telefoonnummer 070-4569607 (directie Participatie).
- Per post: Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, directie Participatie, onder vermelding van 'KRW Maas Geul Coehoorn', Postbus 20901 2500 EX Den Haag.
Wat gebeurt er met uw zienswijze?
Alle ingediende zienswijzen worden zorgvuldig beoordeeld en van een antwoord voorzien. Als dat nodig is, leiden de zienswijzen tot aanpassingen in de documenten, die vervolgens worden verwerkt in het definitieve Projectbesluit.
In een reactienota staat beschreven hoe alle zienswijzen zijn verwerkt. Als u een zienswijze heeft ingediend, krijgt u bericht wanneer de reactienota beschikbaar is en het definitieve Projectbesluit is vastgesteld. Dat Projectbesluit wordt vervolgens voor een laatste keer ter inzage gelegd, met nog de mogelijkheid beroep daartegen in te stellen.
Inloopavond 26 november
Op woensdag 26 november 2025 was er een inloopavond in Dorpshuis ‘Ons Huis’ in Nederasselt.
Medewerkers van Rijkswaterstaat en ingenieursbureau Haskoning waren aanwezig om vragen over het plan voor Geul Coehoorn en de procedure te beantwoorden. Met zo'n 90 belangstellenden kunnen we spreken over een goed bezochte bijeenkomst.
Verdere planning
Onderstaand schema geeft een overzicht van de stappen in de besluitvorming en doorkijk naar de uitvoeringsfase.

Van meedenken naar ontwerp
Het plan voor de geul is besproken met verschillende betrokkenen, waaronder grondeigenaren, Waterschap Rivierenland, gemeente Heumen, provincie Gelderland, de dorpsraden Overasselt en Nederasselt en belangenorganisaties zoals de ZLTO en lokale natuur-, heemkunde- en erfgoedverenigingen. Waar mogelijk zijn wensen en aandachtspunten uit deze gesprekken meegenomen in het ontwerp.
Op 21 augustus 2024 is de Kennisgeving Voornemen en Participatie voor Geul Coehoorn gepubliceerd in de Staatscourant en ter inzage gelegd. Ook het participatie- en communicatieplan lag toen ter inzage, met de mogelijkheid daarop te reageren.
In totaal zijn er 24 reacties ingediend op deze kennisgeving. Die gingen onder andere over het ruimtebeslag op landbouwgrond, cultuurhistorie, recreatie, effecten op het grondwater, landschappelijke inpassing en natuurversterking. In de reactienota staat hoe alle reacties zijn beoordeeld en verwerkt. Deze reactienota is nu gelijktijdig met de terinzagelegging van het Ontwerp-Projectbesluit beschikbaar.
Voor het uiteindelijke ontwerp is onder meer gekeken of het ruimtebeslag op agrarische percelen kon worden beperkt. De geul komt ten opzichte van de eerste schets nu bijvoorbeeld een stuk dichter bij de Maas te liggen. Hierdoor raken de benodigde landbouwpercelen over het geheel genomen minder versnipperd. Een andere aanpassing is dat de contouren van het Kroonwerk Coehoorn beter zichtbaar worden.
Wat gaat er gebeuren en wat levert het op?
Geul Coehoorn krijgt het karakter van een natuurlijke beek die parallel aan de Maas loopt. De stroming in de geul ontstaat door gebruik te maken van het hoogteverschil bij stuw Grave. Bij een lage en normale waterafvoer op de Maas bedraagt dit gemiddeld 3 meter. Bij hogere afvoeren neemt het hoogteverschil (verval) af.
Door aan de bovenstroomse kant van de stuw Maaswater af te takken richting de geul, ontstaat rustig stromend water, dat net voorbij de Thompsonbrug weer uitmondt in de rivier. Er wordt maar een kleine hoeveelheid water aan de Maas onttrokken. De maatregel heeft daarom geen invloed op de scheepvaart of het beheer van de stuw.
Het gaat niet om een hoogwatergeul: deze nevengeul is puur bedoeld als leefgebied voor waterplanten en -dieren. Bij hoge waterstanden op de Maas stroomt de geul vol en verdwijnt deze onder water in de uiterwaard, aangezien het gebied dan helemaal onderloopt.

Grind
Het midden van de geulbedding is het diepste deel. Daar stroomt permanent water, met een diepte van ongeveer één meter. Bijna over de hele lengte van dit middenstuk wordt de bodem bedekt met grind.
Ondiep stromend water over grind is belangrijk voor vissen als de barbeel en rivierprik, die daarin hun eitjes afzetten. Zulke paaiplekken zijn schaars geworden in de Maas. Deze geul biedt dus een waardevolle aanvulling. Bovendien helpt het grind om teveel uitspoeling van de geul tegen te gaan. De ondiepere delen aan de zijkanten worden niet bedekt met grind, voor meer variatie.
Dood hout voor nieuw leven
Verspreid over de geul worden boomdelen, zoals dikke takken en wortelkluiten, onder water aangebracht. Dood hout hoort van nature thuis in gezond water. Het werkt als een soort rivierkoraal: er groeien wieren, algen, insectenlarven en mosselen op, en jonge vissen vinden er beschutting. Hiervoor wordt hardhout gebruikt, want dat gaat langer mee.
Bescherming brug en behoud wegen
Op de plek waar de geul onder de Thompsonbrug doorgaat, mag geen afkalving van de oever plaatsvinden. De brugpijlers moeten immers stevig blijven staan. Daarom wordt de geul hier vastgelegd met stortsteen. Op dit stuk komt dus geen grindlaag.
De geul kruist op vijf punten bestaande wegen of paden. Daar worden duikers aangelegd, zodat het water kan blijven stromen en de infrastructuur gewoon bruikbaar blijft.
De ‘delta’
Op één plek – ten oosten van het kroonwerk – gaat de geul sterker slingeren. Voordat de geul om kroonwerk heen krult, mag het water wat breder uitwaaieren tot zo’n 80 meter. Deze mini-delta wordt gekenmerkt door moerassige overgangszones, met verschillende diepere poeltjes. Sommige daarvan staan in verbinding met de geul, andere liggen er juist los van. In enkele poelen wordt rivierhout aangebracht, in andere niet.
Al die verschillen zorgen voor een rijke variatie aan leefomstandigheden (habitat), en dus voor een grotere soortenrijkdom. Dit deel van de geul ligt naast een oude kleiwinplas, die in de loop der jaren is uitgegroeid tot natuurgebied. Daar leven onder andere bevers en dassen, beide beschermde diersoorten. Hun leefgebied wordt door de aanleg van de geul niet aangetast, maar er kan wel sprake zijn van tijdelijke verstoring. Tijdens de uitvoering wordt bekeken of daar maatregelen voor nodig zijn.
Een ander natuurelement in dit deel is een aarden wand voor oeverzwaluwen. Deze wordt haaks op de Maas geplaatst, met de aanvliegroute op het noordoosten. Bewust weg van het zuiden, zodat hun nesten niet oververhit raken door de zon.
Impressie van enkele typische plant- en diersoorten in het Maassyteem en twee deelgebieden: de 'delta' bij het kroonwerk en het inlaatwerk. ©Rijkswaterstaat/Johan de Putter
Instroom en uitstroom
Bij de instroomopening aan de kant van Overasselt, ter hoogte van rivierkilometer 172,8, komt een handmatig regelbaar inlaatwerk. Wandelaars kunnen over die constructie heenlopen om de geul over te steken. Het regelwerk maakt het mogelijk om bij langdurige droogte de watertoevoer naar de geul tijdelijk te verminderen. Onder normale omstandigheden stroomt er ongeveer 2,5 m³ water per seconde de geul in.
Bij de uitstroom net voorbij het stuw- en sluiscomplex, bij rivierkilometer 175,8, is geen regelwerk nodig. Daar kan het water vrij terug de Maas in stromen.
Zicht op het kroonwerk
Door de aanleg van de geul wordt het Kroonwerk Coehoorn beter zichtbaar. Tussen de punten van dit bouwwerk en de geul wordt de bovengrond licht afgegraven, zodat het maaiveld daar lager komt te liggen. Dit zorgt voor betere zichtlijnen vanuit de uiterwaard.
Heggen en bomen
Sommige kavelgrenzen in het maatregelgebied zijn beplant met heggen. Voor de aanleg van de geul moet een deel daarvan worden weggehaald. Na afloop worden ze grotendeels weer teruggeplaatst.
In totaal verdwijnt circa 75 meter heg, op een totaal van zo’n 8 kilometer aan Maasheggen in deze uiterwaard. Dit gebeurt met name om het uitzicht op het kroonwerk te verbeteren en ruimte te maken voor beheerpaden. De bakenbomen langs de Maas blijven ongemoeid bij aanleg van de geul.
Flora en fauna
Het is niet precies te voorspellen welke planten en dieren zich uiteindelijk in de geul zullen vestigen. De natuur bepaalt dat zelf. Typisch voor het Maasgebied zijn bijvoorbeeld rivierfonteinkruiden en kleine ongewervelde waterdiertjes zoals kokerjuffers, zoetwatermosselen en watervlooien.
Voor vissen biedt het rustig stromende karakter van de geul geschikte plekken om op te groeien of te paaien, zoals voor de eerder genoemde barbeel en rivierprik, maar ook voor soorten als de riviergrondel, driedoornige stekelbaars en kopvoorn.
Trekvissen kunnen de geul in principe ook gebruiken om langs de stuw te zwemmen. De bestaande vistrap bij stuw Grave blijft echter nodig, want die is speciaal daarvoor ontworpen.
In de overgangen van nat naar droog voelen moerasplanten als riet en egelskop zich thuis en ook verschillende vogels, libellen en amfibieën
Animatie vistrappen en nevengeulen langs de stuwen
Onderstaande animatie (video) laat in twee minuten zien waarom vistrappen en nevengeulen rond de stuwen in de Maas belangrijk zijn voor de waterplanten en -dieren die in de rivier thuishoren. Klik op het plaatje en de video start vanzelf.

Kaderrichtlijn Water
Door menselijke ingrepen in de afgelopen 150 jaar is de kwaliteit van het waterleven in en langs de Maas achteruit gegaan. Behalve de komst van stuwen om het waterpeil te regelen, is de rivier ook rechtgetrokken en werden de oevers van de Maas met steen vastgelegd. Dit bracht ons economische voorspoed, maar zorgde ook voor verlies aan leefgebied voor waterplanten en -dieren. Dat is niet gunstig voor de biodiversiteit.
Daarom werkt Rijkswaterstaat aan natuurvriendelijke oevers, beekmondingen en geulen langs de Maas. Dat gebeurt vanuit de Kaderrichtlijn Water (KRW), die is gericht op het verbeteren en beschermen van al het oppervlaktewater in Europa. Daar hoort ook bij dat rivieren geschikt moeten zijn voor planten, vissen en kleine ongewervelde waterdiertjes (macrofauna) om in te leven. De uitvoering van KRW-maatregelen loopt nog door tot eind december 2027.
Stromend water
Onderdeel van KRW-opdracht is het terugbrengen van stromend water in het gestuwde deel van de Maas. Rijkswaterstaat heeft daarom de planstudie 'Stromend habitat en (vis)connectiviteit in de Maas' gegund aan ingenieursbureau Haskoning.
In de Maas zorgen de zeven stuwen voor de nodige ecologische obstakels. Deze bouwwerken zijn heel belangrijk voor de scheepvaart en het waterbeheer, maar ze verstoren ook de natuurlijke stroming in de rivier. Veel planten en dieren die voor hun voortbestaan afhankelijk zijn van stromend water hebben het daardoor moeilijk. Deze zogenoemde stromingsminnende soorten zijn flink in aantal achteruitgegaan, of zelfs helemaal verdwenen uit de Maas.
Stuwpasserende nevengeulen
Bij de stuwen is het hoogteverschil (verval) het grootst. Daar liggen zodoende de beste kansen om stromend water terug te brengen. De stuwen zelf moeten in stand blijven. De meest voor de hand liggende optie is daarom er een stromende nevengeul omheen te leggen. Dit type geul noemen we een stuwpasserende nevengeul.
Voor het aanleggen van zo'n geul rond stuw Grave hebben Rijkswaterstaat en Haskoning verschillende locaties bekeken. Na een zorgvuldige beoordeling bleek de Gelderse oever tussen Overasselt en Nederasselt de meest haalbare plek. Voor deze Geul Coehoorn is niet alleen gekeken naar de technische haalbaarheid, maar ook naar landschappelijke en historische waarden.
Lees meer over dit type maatregel in het Maatregelblad stuwpasserende nevengeulen Maas.

Verbeteren vistrap stuw Grave
Rijkswaterstaat heeft vanuit de Kaderrichtlijn Water ook plannen in voorbereiding voor het optimaliseren van de bestaande vistrap langs stuw Grave. Kijk voor meer informatie hierover op de projectpagina Vistrap stuw Grave.
Meer weten of vragen?
Voor vragen over de zienswijzenprocedure bij Geul Coehoorn kunt u bellen naar de directie Participatie van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat via telefoonnummer 070-456 96 07.
Voor inhoudelijke vragen over dit project kunt u contact opnemen met Rijkswaterstaat.
Algemene informatie over de maatregelen van Rijkswaterstaat voor ecologisch herstel van de Maas is te vinden op www.rijkswaterstaat.nl/maasoevers, via de nieuwsbrief en in deze brochure.