Stromend habitat en (vis)connectiviteit
Rijkswaterstaat heeft in december 2023 de planstudieopdracht ‘Visconnectiviteit in de Maas’ gegund aan ingenieursbureau Haskoning. Daarmee gaat speciaal gewerkt worden aan het verbeteren van het leefgebied van stromingsminnende planten, vissen en kleine waterdiertjes in het gestuwde deel van de Maas. Dat gebeurt onder meer door de vistrappen langs de stuwen te verbeteren, zo ook bij stuw Borgharen.
Deze opdracht is aanvullend aan de al langer lopende andere ecologische maatregelen in en langs de rivier, zoals het realiseren van natuurvriendelijke Maasoevers, geulen en beekmondingen.
Vismigratie
Vissen kunnen zonder hulp niet voorbij de stuwen komen. Nogal wat vissoorten hebben tijdens hun levensloop verschillende wateren nodig om op te groeien of zich voort te planten. Ze migreren tussen zoet en zout water.
De grote rivieren zoals de Maas vormen daarvoor hun hoofdroute. Dat geldt bijvoorbeeld voor zalm, aal en zeeforel. Ook trekken vissen heen en weer tussen de rivier en haar beken, op zoek naar voedsel of een geschikte plek om kuit te schieten. Vrije doorgang in het water is ook daarvoor noodzakelijk.

Verbeteren vistrappen
Al langere tijd liggen er bij alle zeven Maasstuwen vistrappen, bedoeld voor stroomopwaartse migratie. Ze zijn gericht op zowel de sterke zwemmers, bijvoorbeeld zalm, als zwakkere zwemmers, zoals driedoornige stekelbaars. Uit inspecties en metingen is echter gebleken dat de vistrappen niet optimaal werken.
Per locatie heeft dat verschillende oorzaken. Sediment blokkeert bijvoorbeeld de instroomopening, de hoeveelheid water in de passage beweegt onvoldoende mee met de waterstand in de Maas, begroeiing belemmert de zwemruimte of de lokstroom laat te wensen over; hierdoor weten de vissen de ingang niet goed te vinden. Soms zal er maar een kleine aanpassing nodig zijn, zoals het aanbrengen van grote keien om meer variatie in stroming in de vistrap te krijgen.
Stand van zaken
In de planstudie wordt voor elke vistrap een verbeterplan opgesteld, dus ook voor de vistrap bij stuw Linne. De werkzaamheden aan de vistrappen moeten uiterlijk december 2027 zijn uitgevoerd. Op dit moment loopt de aanbesteding om een aannemer te zoeken die het werk zal gaan uitvoeren. Als daar meer over bekend is, wordt dat onder meer via deze projectpagina bekend gemaakt.
Zo werken vistrappen
Onderstaande animatie (video) laat in twee minuten zien waarom vistrappen, en ook nevengeulen, langs de stuwen in de Maas belangrijk zijn voor de waterplanten en -dieren die in de rivier thuishoren. Klik op het plaatje en de video start vanzelf.

Kaderrichtlijn Water
Het optimaliseren van de vistrappen heeft alles te maken met de Kaderrichtlijn Water (KRW), die is gericht op het verbeteren en beschermen van alle oppervlaktewateren in Europa. Dat geldt dus ook voor de Maas.
Door menselijke ingrepen in de afgelopen 150 jaar is de kwaliteit van het waterleven in en langs de Maas achteruit gegaan. Behalve de komst van stuwen om het waterpeil te regelen, is de rivier ook recht getrokken en werden de oevers van de Maas met steen vastgelegd. Hierdoor zijn veel van de oorspronkelijke planten en dieren die thuishoren in het riviersysteem verdwenen of komen nog maar in kleine aantallen voor.
Daarom werkt Rijkswaterstaat samen met andere partijen al geruime tijd aan natuurvriendelijke oevers, beekmondingen en geulen langs de Maas. Met als doel de ecologische waterkwaliteit te verbeteren. Onderdeel van de KRW is dat rivieren een geschikt leefgebied moeten vormen voor de stromingsminnende planten, vissen en macrofauna (kleine ongewervelde waterdiertjes) die daar van nature in thuishoren. De uitvoering van KRW-maatregelen loopt nog door tot eind 2027.
Meer weten?
Meer informatie over de maatregelen van Rijkswaterstaat voor ecologisch herstel van de Maas vanuit de Kaderrichtlijn Water is te vinden op www.rijkswaterstaat.nl/maasoevers, via de nieuwsbrief en in deze brochure.
Voor vragen kunt u contact opnemen met Rijkswaterstaat.