Capelsche Uiterwaard

30-03-2021

Aanleggen oevergeul over een totale lengte van 2,5 kilometer parallel aan de Bergsche Maas, plus aanleggen 1,4 kilometer lange getijdengeul in het westelijke deel van de uiterwaard. Status: Projectbesluit Omgevingswet onherroepelijk vastgesteld. Het werk is gegund aan de combinatie Ploegam, GMB en Dura Vermeer. Momenteel bereiden zij de uitvoering voor.

Kaderrichtlijn Water

Rijkswaterstaat gaat de Capelsche uiterwaard in de gemeente Waalwijk natuurvriendelijker inrichten met twee oevergeulen, een getijdengeul en een kleine overstromingsvlakte langs de Bergsche Maas. 

Dit is onderdeel van een groter ecologisch herstel­programma voor de Maas vanuit de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). De biodiversiteit in en langs de rivier is de afgelopen 150 jaar achteruitgegaan door allerlei menselijke ingrepen als het vastleggen van de oevers, plaatsen van stuwen en afsnijden van meanders en geulen.

Veel van de oorspronkelijke planten en dieren die thuishoren in het riviersysteem zijn mede daardoor verdwenen of komen nog maar in kleine aantallen voor. Daarom werkt Rijkswaterstaat Zuid-Nederland al geruime tijd aan ecologisch herstel. Dat gebeurt bijvoorbeeld door oevers en beekmondingen natuurvriendelijker in te richten en verschillende soorten geulen aan te leggen.


Bergsche Maas

De Bergsche Maas is rond 1900 aangelegd als nieuwe benedenloop van de Maas richting de Noordzee. Eb en vloed hebben hier nog enige invloed. Het waterniveau stijgt en daalt dagelijks met zo’n 20-30 centimeter. De Bergsche Maas is dan ook te typeren als zoet getijdenwater. Dat brengt karakteristieke flora en fauna met zich mee. Door menselijke ingrepen als het dempen van getijdengeulen zijn die natuurwaarden echter achteruit gegaan.

Daarom wil Rijkswaterstaat in en langs de Bergsche Maas weer ruimte bieden aan de getijden­werking. De maatregelen bestaan uit het aanleggen van beschutte natuurgeulen parallel langs de rivier. 
 

Besluitvorming

Wat er precies gaat gebeuren, staat beschreven in het Projectbesluit volgens de Omgevingswet. Dit is gepubliceerd in de Staatscourant en lag ter inzage van 9 april tot en met 20 mei 2025. Er zijn hierop geen beroepen binnengekomen. Het besluit is daarmee onherroepelijk. 

In het Projectbesluit is naast de Capelsche uiterwaard nog een andere maatregel in de Bergsche Maas opgenomen: de herinrichting van de oeverzone van de Genderensche uiterwaard in de gemeente Altena aan de overkant van de rivier. Zie onderstaand kaartje.

Eerder lag het Ontwerp-Projectbesluit ter inzage van 4 december 2024 tot en met 14 januari 2025. Iedereen kon in die periode reageren op de plannen door een zogenoemde zienswijze in te dienen. Er zijn zeven zienswijzen binnengekomen. In de reactienota bij het definitieve Projectbesluit staat beschreven hoe daarmee is omgegaan. 

 

Verdere stappen 

Voor de uitvoering is in maart 2026 de Combinatie Ploegam, GMB en Dura Vermeer als aannemer geselecteerd. Zij gaan een pakket aan KRW-maatregelen realiseren langs noordelijke Grensmaas, Zandmaas, Benedenmaas en Bergsche Maas, waaronder de herinrichting van de Capelsche uiterwaard. Lees meer hierover in het nieuwsbericht Opdracht voor uitvoering 15 ecologische herstelmaatregelen langs de Maas verstrekt. De maatregelen moeten uiterlijk eind december 2027 zijn uitgevoerd.  

Op dit moment is de aannemer bezig de uitvoering voor te bereiden. Als bekend is wanneer het werk buiten gaat beginnen, informeert Rijkswaterstaat de omgeving daarover. Dat gebeurt onder meer via deze website.

Onderstaand schema geeft een overzicht van de stappen in de besluitvorming en een doorkijk naar de uitvoeringsfase.

Schema van de verwachte planning van de besluitvorming, die startte met de publicatie van de Kennisgeving Voornemen & Participatie in 2023, daaropvolgend nu in het vierde kwartaal van 2024 de publicatie van het Ontwerp-Projectbesluit, eerste kwartaal 2025 verwerken van de zienswijzen en de publicatie van het definitieve Projectbesluit, met daarop volgend in het tweede tot en met derde kwartaal 2025 behandeling eventuele beroepen bij de Raad van State plus de voorbereiding van de uitvoering. Tot slot de uitvoeringsfase van het vierde kwartaal 2025 tot en met december 2027. De maatregelen moeten voor 2028 klaar zijn. Naast de route om te komen tot een definitief Projectbesluit Omgevingswet, loopt het proces van grondverwerving om de benodigde percelen voor de maatregelen beschikbaar te krijgen. Ook zijn er nog andere vergunningen en/of ontheffingen vereist die door andere bevoegde gezagen dan Rijkswaterstaat worden verleend. Die bevoegde gezagen leggen hun ontwerpbesluiten daarvan eveneens openbaar ter inzage met de mogelijkheid tot reageren. Deze planning is onder voorbehoud, aan deze informatie kunnen geen rechten worden ontleend.

Maatregelgebied

Het maatregelgebied herinrichting Capelsche uiterwaard ligt tussen rivierkilometer 236.7 en 239.5 aan de noordwestkant van Waalwijk. De Zomerdijk en Zuiderkanaalweg vormen de begrenzing aan zuidkant. 

Groen landschap met groene en lichtbruine landbouwpercelen haaks op de Maas. Met rechts de Bergsche Maas en links een kanaaltje parallel aan de rivier.
Huidige situatie van het westelijke deel van het maatregelgebied Capelsche uiterwaard. Met onderaan in beeld het afwateringskanaal.  Foto: ©Pulles en Pulles


Het ontwerp

Dwars door de uiterwaard ligt een uitwateringskanaal van Waterschap Brabantse Delta. Aan weerszijden daarvan wordt een oevergeul aangelegd, parallel aan de Bergsche Maas, met zowel een aantakking aan bovenstroomse als benedenstroomse kant. De geulen worden elk ongeveer 1,25 kilometer lang en circa 20 meter breed. Erlangs worden rietstroken en bomen aangeplant voor schaduw en variatie in begroeiing.

De huidige Maasoever blijft bestaan en krijgt bij normale en lage waterstanden de functie van vooroever en golfbreker. Enkele openingen in de vooroever zorgen voor wateruitwisseling en maken het mogelijk voor vissen de geulen in en uit te zwemmen.

Zo ontstaat een beschutte plek voor jonge vis om op te groeien, en een rustplaats voor trekvissen. De variatie in leefgebieden neemt toe, wat ook positief is voor ongewervelde waterdieren zoals libellen en waterjuffers. En typische rietvogels zoals de roerdomp en de grote karekiet profiteren mee van het riet en de moerassige zones.

De nieuw te planten bomen aan de zuidzijde van de oevergeulen komen in een rij te staan, zodat het water genoeg schaduw krijgt. Dat vertraagt de opwarming, wat in de zomer belangrijk is voor de overlevingskansen van het waterleven. Waarschijnlijk wordt hierbij gekozen voor zwarte populieren, een inheemse soort die goed past in het Nederlandse rivierenlandschap.

Luchtfoto van het maatregelgebied Capelsche uiterwaard met daarop het ontwerp op hoofdslijnen ingetekend en tekstjes die de belangrijkste ingrepen aangeven.


Het westelijke deel

Om nog meer in te spelen op de getijdenwerking, is er in het westelijke deel van de uiterwaard een langgerekte getijdengeul voorzien die de bestaande laagtes in het landschap volgt. Deze wordt 1,4 kilometer lang en 25 tot 30 meter breed. In de zomerkade komt een doorsteek om de aantakking van de getijengeul op de rivier mogelijk te maken, wat alleen aan de benedenstroomse kant gebeurt.

Het resultaat is een gunstige omgeving voor vissoorten als de harder en fint om te paaien en voor hun nakomelingen om in alle rust op te groeien.

In de middeleeuwen is in dit gebied een zogenoemd slagenlandschap ontstaan, bestaande uit loodrecht op de rivier liggende sloten en greppels. Die karakteristieke structuur wordt na herinrichting zoveel mogelijk behouden, waarbij de sloten met de nieuwe getijdengeul worden verbonden.

Verder wordt aan deze westkant de bestaande laagte aangepast om een overstromingsvlakte van circa 20 hectare te creëren. Dit betekent dat het maaiveld op sommige plekken iets verder wordt verlaagd om moerasnatuur de ruimte te geven.

Op andere plekken wordt het maaiveld juist wat verhoogd om kruidenrijk grasland te laten ontstaan. De laagste delen zullen vervolgens vaker overstromen (gemiddeld 150 dagen per jaar) dan de hogere delen (gemiddeld 50 dagen per jaar).

Een nieuw stuk aan te brengen lage zomerkade voorkomt dat de Zuiderkanaalweg na deze herinrichting vaker overstroomt. Hiervoor moet de beverburcht op deze plek wijken. De hoogte sluit aan bij de kade langs het uitwateringskanaal.


Beverburchten, bomen en waterhuishouding

De andere beverburchten en het ooibos aan de westkant blijven intact, daar vinden geen werkzaamheden plaats. Voor de herinrichting moeten circa 30 bomen op de Maasoever worden verwijderd, waarvan het merendeel bakenbomen. De gekapte bomen worden zoveel mogelijk ter plekke nuttig hergebruikt door ze als rivierhout onder water te verankeren in de nieuwe geulen. Het trekt al snel allerlei leven aan, zoals wieren, mosselen en insectenlarven, en biedt schuilplaatsen aan jonge vis.

Verder omvat het ontwerp het aanbrengen van duikers aan de westzijde en een klein gemaal en een persleiding aan de oostzijde voor het in stand houden van de waterhuis houding aan die kant van de uiterwaard.
 

Totstandkoming ontwerp en afstemming

De plannen voor deze uiterwaard zijn besproken met de gemeente Waalwijk, provincie Noord-Brabant en Waterschap Brabantse Delta. Ook zijn bij grondgebruikers en andere belanghebbenden relevante informatie en aandachtspunten over het gebied opgehaald. Het slagen landschap is bijvoorbeeld van cultuurhistorisch belang en geniet daardoor ook provinciale bescherming. Hier is rekening mee gehouden in het ontwerp.
 

Meer weten of vragen?

Voor vragen over deze maatregel kunt u contact opnemen met Rijkswaterstaat.

Meer algemene informatie over de maatregelen van Rijkswaterstaat voor ecologisch herstel van de Maas is te vinden op www.rijkswaterstaat.nl/maasoevers, via de halfjaarlijkse nieuwsbrief en in deze brochure

 

Lat: 51.7099948292421
Long: 5.02249535918236

Een momentje...
Cookie-instellingen